|
| |
DE SPRONG VAN JAN VAN
SCHAFFELAAR IN 1482
In de Nederlandse geschiedenis staat een periode - ongeveer tussen 1350 en het
einde van de 15e eeuw - bekend als de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De beide
partijen bestonden uit vaak wisselende groepen van edelen en steden in Holland
en Zeeland. De inzet was oorspronkelijk het verkrijgen en behouden van invloed
op het bestuur en van winstgevende functies in de regering en aan het hof van de
graaf. Op het laatst ging het meer over de vraag of men voor Bourgondië
(Kabeljauws) of tegen Bourgondië (Hoeks) was.
David van Bourgondië, een bastaardzoon van Filips de Goede, was in de tweede
helft van de 15e eeuw bisschop van Utrecht. Hij werd door het Hoekse
stadsbestuur uit zijn stad verdreven en trok zich terug op het kasteel bij Wijk
bij Duurstede. Kabeljauwse troepen belegerden daarop Utrecht om de bevolking van
deze stad uit te hongeren. De met het Utrechtse stadsbestuur verbonden hertog
Jan II van Kleef zond voedseltransporten naar de belegerde stad; soortgelijke
transporten vonden plaats vanuit Deventer.
Op het huis "Puttenstein" bij Elburg en op kasteel "Roosendaal" bij Arnhem waren
soldaten van de bisschop gelegerd die opdracht kregen de voedseltransporten te
onderscheppen. Tot de op de "Roosendaal" gelegerde troepen behoorde ook de
ruiteraanvoerder Jan van Schaffelaar, waarschijnlijk afkomstig uit het
schoutambt Barneveld.
"Op de zestiende dag in juli hebben een aantal ruiters, afkomstig van de
"Roosendaal", de toren en de kerk van Barneveld ingenomen; ze waren met
negentien man. Soldaten van de steden Amersfoort en Nijkerk belegerden de kerk.
Ze hadden kanonnen bij zich waarmee ze door de toren schoten. Hierbij kwamen
vier of vijf bezetters om het leven. De mannen op de toren verzochten om een
onderhoud, hetgeen geschiedde. De mannen op de toren boden aan zich over te
geven, maar die van Amersfoort gingen hier niet op in. Zij wilden dat de mannen
een zekere Jan van Schaffelaar uit de galmgaten naar beneden wierpen. De mannen
op de toren wilden dit niet doen. Toen zei Jan van Schaffelaar: "Lieve gezellen,
ik moet toch eenmaal sterven, ik wil u geen
moeilijkheden bezorgen." Hij ging boven op de tinnen van de toren staan, z ette
zijn handen
in zijn zijden en sprong naar beneden.
Hij
overleefde
zijn val maar werd door zijn vijanden gedood.
In 1903
werd in Barneveld het standbeeld voor Jan van Schaffelaar onthuld, een stenen
huldeblijk voor een daad van kameraadschap, nu vijfhonderd jaar geleden.
Tot zover
het verhaal van “Jan van Schaffelaar’.
Sloeproeivereniging EKiep’9 herkend zich in deze daad van kameraadschap
teamgeest en volharding welke door ons ook door de jaren heen is opgebouwd.
Dit bracht
bij het idee om de sloep een herkenbare naam te geven, en wat is voor Barneveld
nu bekender dan onze Jan en dit is onze manier om Barneveld op een
positieve wijze nog beter op de kaart te zetten en uit te dragen.

| |
|